Van organisatorisch ego naar netwerk-intelligentie: Waarom de ‘lonely genius’ niet meer bestaat
Innovatie stopt bij de grens van je eigen gelijk. Het is een gedurfde stelling, maar in de huidige tijdgeest een onvermijdelijke waarheid. De meest complexe uitdagingen waar we vandaag de dag voor staan—van de energietransitie tot de integratie van AI—vragen om meer dan alleen de interne denkkracht van één afdeling of zelfs één organisatie. De tijd dat een organisatie alles in huis kon hebben om te overleven, ligt definitief achter ons.
In ons boek Leidinggeven aan Innovatie is dit een van de meest prominente rode draden. Samen met Peter Oeij en vijftien andere experts hebben we onderzocht hoe vernieuwingskracht werkelijk tot stand komt. De conclusie is helder: werkelijke vernieuwingskracht schuilt tegenwoordig niet in het bezit van kennis, maar in de kwaliteit en de vloeibaarheid van je verbindingen.
De valstrik van het organisatorisch ego
Veel organisaties lijden nog aan wat ik het ‘organisatorisch ego’ noem: de diepgewortelde overtuiging dat we de antwoorden zelf moeten vinden, dat we onze kennis moeten afschermen en dat we de regie strak in eigen hand moeten houden. In een stabiele wereld werkte dit prima. Maar in een wereld van netwerk-intelligentie is dit ego een blok aan het been.
Innovatie is namelijk geen individuele prestatie of een interne afdelingsdoelstelling. Het is het resultaat van een intelligent ecosysteem waarin informatie vrijelijk kan stromen. Co-creatie is in deze context geen ‘extraatje’ of een modewoord; het is de enige strategische manier om de complexiteit van deze tijd te ontrafelen.
De drie fundamentele verschuivingen voor de leider
Om de overstap te maken van een gesloten ego-systeem naar een open ecosysteem, zijn voor de leider van morgen drie fundamentele verschuivingen noodzakelijk:
- Regie over grenzen heen Echt leiderschap manifesteert zich tegenwoordig in de ruimte tussen organisaties. Jouw invloed stopt niet bij de fysieke muren van je kantoor. Het gaat om het faciliteren van een voortdurende waarde-uitwisseling tussen partners, klanten, toeleveranciers en zelfs externe experts. De leider fungeert hier niet als commandant, maar als orkestreerder van netwerkkracht.
- Het koesteren van cognitieve frictie Inclusie wordt vaak smal gedefinieerd, maar in het kader van innovatie gaat het om inclusief meesterschap (het concept dat auteur Iwan Bean introduceerde): het bewust opzoeken van totaal verschillende denkstijlen, disciplines en achtergronden. We zijn vaak geneigd om mensen om ons heen te verzamelen die het met ons eens zijn (de ‘confirmation bias’). Maar juist daar waar perspectieven schuren en botsen—de cognitieve frictie—ontstaat de vonk die nodig is voor werkelijke vernieuwing. Een leider moet deze wrijving niet sussen, maar juist aanmoedigen.
- Samenwerken als strategische kernwaarde Innovatie is een duurzame transitie die je alleen kunt volhouden als je durft te vertrouwen op de expertise van anderen. Dit vraagt om een radicale verschuiving: van het ‘bezitten’ van kennis naar het ‘delen’ van uitdagingen. Wanneer je je kwetsbaar opstelt over wat je nog niet weet, nodig je de buitenwereld uit om met je mee te bouwen. Dat is de basis van een krachtig innovatie-ecosysteem.
De opkomst van de ‘Webber’
Een bijzonder inspirerende bijdrage in ons boek die hierop aansluit, is die van prof.dr. Annemieke Roobeek (Nyenrode Business Universiteit). Zij introduceert het begrip webber. De webber is de netwerkende leider die als een spin in het web verbindingen legt tussen mensen, organisaties en technologieën.
Waar traditionele structuren vaak vastlopen in silo’s en bureaucratie, herstelt de webber de noodzakelijke verbindingen om gezamenlijke impact te realiseren. Annemieke ziet dit netwerkend leiderschap als het missende puzzelstuk in de huidige productiviteitsparadox. We worden niet productiever door processen intern nóg verder uit te persen, maar door de collectieve intelligentie van het netwerk te ontsluiten.
De vraag voor vandaag
Het transformeren van je organisatie naar een open innovatie-ecosysteem begint met de bereidheid om over de eigen schaduw heen te springen. Het vraagt om de moed om niet de slimste van de kamer te willen zijn, maar de beste verbinder van de ruimte.
Mijn vraag aan jou: Op welke plek binnen jouw netwerk zou jij vandaag een ‘webber’ willen zijn om een vastgelopen innovatie weer vlot te trekken? Welke verbinding ontbreekt er nog om tot die volgende doorbraak te komen?



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!